Categorieën
hs

30

In het schaakspel heeft elke speler twee lopers. Een daarvan bestrijkt de witte velden, de andere de zwarte. Samen zijn ze machtig, mits ze elkaar aanvullen. Aangezien de een altijd op een wit veld staat en de ander altijd op een zwart, verenigen zij hun krachten maar ontmoeten ze elkaar nooit. Ze vormen een succesvol paar, maar hun triomf is tegelijk hun tragiek.